1. Participatie samenleving ?

 

1 % van de bevolking bezit samen 23 % van het vermogen19 % bezit samen nog eens 57 % van het vermogen

Samen bezit 20 % 80 % van het vermogen in Nederland.

60 % van de bevolking bezit samen 20 % van het vermogen en 20 % van de bevolking in Nederland leeft onder de

armoedegrens. Deze groep heeft dus ook geen koopkracht meer waardoor de markt instort. Basisinkomen zal deze ongelijkheid niet wegnemen, maar wel zal de participatie van 1/5 deel van de bevolking gaan toenemen wat de democratie maar ook de groei van de economie in het midden en kleinbedrijf ten goede komt.

 

In Leiden had de rijkste een procent van de bewoners in 1500 een vijfde van het totale kapitaalbezit in 1600 rond een derde en in 1700 de helft. Met andere woorden de rijken

werden steeds rijker.

Hoe werden de rijken rijker ? De participatie van deze rijken nam toe doordat het grootkapitaal nauwe banden onderhield met de politiek en de politiek dus veelal beslissingen nam die alleen de rijken goed uitkwamen. Van de 41 stadsbestuurders waren in 1600 er 31 betrokken bij de handel en handel betekende slavenhandel,

mensenhandel dus, en handel in gestolen specerijen.

Pas later kwamen beroepsbestuurders en juristen in het stadsbestuur en werd het bestuur geprofessionaliseerd maar dit had weer tot gevolgd dat de gevestigden de buitenstaanders en nieuwkomers gingen uitsluiten waardoor er een klasse ontstaat van gespecialiseerde regenten families en huwelijken waren bevestigingen van de onderlinge band. Regenten lieten familiebanden zwaar wegen als er weer een ambt te vergeven was. Het onderhouden van contacten en het beheer van de reputatie van de familie was dus van groot economisch belang.

Daarentegen leefde ongeveer 15 % van de bevolking van de armenzorg de bedeling. Maar deze zeer karige bedeling voorkwam niet dat de overlevingskansen van kinderen uit de burgerij vele malen beter waren dan de kinderen die in armoede leefden.

De middenklasse vormde 20 tot 30 % van de bevolking De hogere en middenklasse had een omvang van 10 % en de armen hadden een omvang van 15 % De arbeiders hadden een omvang van 35 tot 50 % van de bevolking.

De hogere klassen en de elite alsmede de middenklasse

vormden de participatie van de samenleving, want zij hadden het geld om mee te kunnen participeren.

Het laatste NIBUD rapport geeft aan dat 1 miljoen huishoudens onder de armoedegrens leven en geen geld hebben voor participatie.

De rijkste 20 % van de bevolking controleert en stigmatiseert de arme kant van Nederland. Controle en stigmatisering, beheersingsmethoden, tandenborstels tellen strafrecht erbij betrekken zijn de beheersingsmechanismen. Hier komen we bij de karakterkenmerken van deze groep.

 

Piketty onderzocht ook hoe de belastingdruk is verdeeld, en ook deze verhouding is scheef. Er is een dubbele bevoordeling van vermogens.

  1. Er waren en zijn lage belastingen op vermogens.

De staatschulden worden gefinancierd met deze particuliere vermogens, de staat geeft daar een gegarandeerde rente op.

Vermogensgroei van veel oud geld rijke families bestaat nog steeds uit erfenissen van roofgoed. Deze immoraliteit werd doorgetrokken naar de huidige samenleving. Zo bestond kapitaal in Amerika voor de afschaffing van de slavernij uit grond en slaven. 20% van de bevolking was slaaf. Amerikanen zijn rijk geworden door arbeidskrachten die niet werden betaald. Men is rijk geworden door diefstal. De huidige erfenissen en vermogens verkregen door erfenissen zijn daarop

grotendeels gebaseerd.

Als de politiek niet meewerkt om de participatie echt te bevorderen komen er beurskrachs en oorlogen. Dat zijn dan ook de grote gelijkmakers. Als wij als mens niet ingrijpen komen er krachten vrij waardoor er wel wordt ingegrepen en rijk en arm zijn daar de dupe van.

Actie programma 2.

In de participatie samenleving is het de burger die zonder geld veel tijd investeert in de participatie samenleving, juist daar waar de overheidsbureaucratie zich niet laat zien.

Het moet echt afgelopen zijn met het feit dat rijken alleen maar rijker worden en armen armer. Dit kan met fiscale maatregelen en met stevig basisinkomen snel worden geregeld. Schaf de AOW/ de bijstand / de WW en WAO uitkeringen af en geeft elke gepensioneerde een basisinkomen van 1800 euro per maand netto en elke andere gerechtigde een basisinkomen van 1600 euro per maand netto. Schaf de toeslagen af. Huurtoeslag en zorgtoeslagen waren alleen maar ingewikkelde constructies om de bureaucratie werk te geven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *